Porta Maggiore Rome

De Porta Maggiore is één van de indrukwekkendste stadspoorten van Rome. Hij wordt ook Porta Prenestina genoemd. De twee bogen van de poort waren oorspronkelijk een onderdeel van het Claudia Aquaduct. Onder de poort kan men nog delen van de oude straatweg zien. De inscripties op de bogen stammen uit de tijd dat Vespasianus en Titus keizers waren.

Porta Maggiore Rome

Nuttige informatie

Porta Maggiore Rome
Porta Maggiore

De Porta Maggiore staat aan het plein van dezelfde naam, aan het einde van de Via Giolitti. Dit plein doet ook dienst als tramknooppunt. De boog staat in de open lucht en kan gratis bezichtigd worden.

Geschiedenis en beschrijving

De Porta Maggiore staat op de plek waar de twee heerwegen Via Labicana en Via Prenestina samenkwamen. De poort heet zo omdat hier vroeger een weg begon die naar de Santa Maria Maggiore Basiliek voerde. Eigenlijk bestaat het monument uit twee poorten, die dus Porta Praenestina en Porta Labicana heetten.

Van de elf aquaducten van Rome kwamen er acht bij de Porta Maggiore de stad binnen. Twee hiervan liepen onder de grond.

Het stadsdeel waar de poort staat is iets hoger dan het centrum dus vanaf hier was het makkelijker het water verder te voeren. De plek werd in de Romeinse tijd ad Spem Veterem (“op de Oude Hoop”) genoemd, naar een tempel uit de 5e eeuw voor Christus.

Toen keizer Aurelianus in het jaar 272 de Aureliaanse Muur liet bouwen, maakte hij gebruik van de al bestaande aquaducten door de bogen dicht te metselen. Hetzelfde gebeurde met de Porta Maggiore (die toen nog Prenestina heette.)

De Acqua Claudia en de Anio Novus lopen boven elkaar en kwamen ter hoogte van het begin van de huidige Via Eliana de stad in. Het bovenste deel van de poort wordt door kroonlijsten in drie stukken verdeeld. Het bovenste van de drie bevat de leiding van de Anio Novus en de middelste die van de Acqua Cludia.

Later liet paus Sixtus V Peretti hier nog een aquaduct, het Acqua Felice, onder aanleggen. Nero had al een zijtak van de Acqua Claudia aan laten leggen, waarvan in de nabijgelegen Via Statilia nog een stuk te zien is.

De bovenste inscriptie verwijst naar Claudius, de middelste naar een restauratie onder Vespasianus in het jaar 71 en de onderste naar een restauratie in het jaar 82 onder Titus.

Een later gebouwde structuur uit 401 werd in 1838 in opdracht van Paus Gregorius XVI verwoest, omdat hij de oorspronkelijke poort in ere wilde herstellen.

Aan de noordkant van het Piazza di Porta Maggiore zijn nog resten van de Acqua Marcia, de Acqua Julia en de Acqua Tepula te zien.

In 1838 vond men in de centrale toren tussen de twee bogen de graftombe van M. Virgilio Eurisace, in de vorm van een kom waarin men deeg kneedde. De goed man was, zoals een inscriptie aangeeft, bakker van beroep. De urn waarin de stoffelijke resten van zijn vrouw bewaard worden had de vorm van  een broodkist en wordt tentoongesteld in het Museo delle Terme. Op een fries die rond het monument loopt zijn de verschillende fases van het broodbakproces afgebeeld. De tombe stamt uit het jaar 30 voor Christus.

In 1956 werd zowel de poort als het gelijknamige plein gerestaureerd. Hierbij werden stukken betegeling van de oude Via Labicana en Via Prenestina teruggevonden. Ook vond men ruïnes van een tweede poort. Op de basaltstenen onder de poort kan men nog afdrukken zien van de karren die erover gereden hebben.

Piazza di Porta Maggiore, Rome

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.